Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
1 januari 2019.
Rechtbank Den Haag
Eiser, werkzaam als medewerker Ziekenboeg in Willemstad, Curaçao, verzocht op 3 juli 2019 om een hogere tegemoetkoming in de woninghuur met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2019 naar aanleiding van een salarisverhoging. Verweerder kende de hogere tegemoetkoming toe vanaf de datum van het verzoek, 3 juli 2019, en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond.
De rechtbank overwoog dat verweerder slechts gehouden is de tegemoetkoming met terugwerkende kracht te betalen tot de datum van het verzoek, aangezien het hier een duuraanspraak betreft. Eiser bracht geen nieuwe feiten of omstandigheden aan die een terugwerkende kracht rechtvaardigen volgens artikel 4:6 Awb Pro. Ook was eiser voldoende geïnformeerd over de mogelijkheid tot een hogere tegemoetkoming.
Het beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens onvoldoende concretisering. De rechtbank concludeerde dat het verzoek om terugwerkende kracht vóór de datum van het verzoek niet kan worden gehonoreerd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de hogere tegemoetkoming wordt toegekend vanaf de datum van het verzoek, niet met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2019.