ECLI:NL:CRVB:2008:BD9150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit minister inzake beëindiging toeslagen bereikbaarheid en onregelmatige diensten
Appellant was na een reorganisatie niet meer geplaatst in zijn oorspronkelijke functie als unitdirecteur, maar werd herplaatst als herplaatsingskandidaat met behoud van bezoldiging tot zijn FLO-datum. Hij voerde werkzaamheden uit voor het project Nieuwbouw P.I. Noord en ontving geen verplichting tot het zoeken van een andere functie. Appellant stelde dat zijn bezoldiging inclusief de toeslagen voor bereikbaarheid en beschikbaarheid (b&b) en onregelmatige diensten (tod) moest worden doorbetaald.
De minister stelde dat appellant vanaf april 2002 geen aanspraak meer had op deze toeslagen omdat hij geen bereikbaarheids- en onregelmatige diensten meer verrichtte. Dit besluit werd na bezwaar gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het besluit van de minister terecht was. De Raad oordeelde dat de toeslagen niet doorbetaald hoeven te worden omdat appellant geen werkzaamheden meer verrichtte die recht geven op deze toeslagen. Tevens werd geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die herziening van het eerdere besluit rechtvaardigen.
De Raad benadrukte dat bij duuraanspraken onderscheid gemaakt moet worden tussen het verleden en de toekomst, waarbij voor het verleden slechts nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden aanleiding kunnen zijn voor herziening. Voor de toekomst geldt een minder terughoudende toetsing, maar appellant kon dit niet onderbouwen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat appellant geen aanspraak meer heeft op toeslagen b&b en tod en wijst het hoger beroep af.