ECLI:NL:RBDHA:2020:11126
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens ernstige psychische stoornis
De rechtbank Den Haag heeft op 28 oktober 2020 een beschikking gegeven inzake een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van een vrouw geboren in 1974. De vrouw lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, alsmede depressieve-stemmingsstoornissen, die leiden tot ernstig nadeel zoals maatschappelijke teloorgang, verwaarlozing en verstoorde familiebanden.
De rechtbank heeft vastgesteld dat vrijwillige zorg niet mogelijk is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De zorgmachtiging omvat onder meer het toedienen van vocht, voeding en medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht, en onderzoek van kleding en woonruimte op gevaarlijke voorwerpen en middelen.
De vrouw was niet bereid zich te laten horen en was telefonisch niet bereikbaar, ondanks pogingen van haar advocaat. De rechtbank heeft de zaak inhoudelijk behandeld en de machtiging verleend voor een periode van zes maanden tot en met 28 april 2021. Het verzoek tot meer of andere zorgvormen is afgewezen. De beschikking is gegeven door rechter J.G.J. Brink en griffier K.D. van den Berg. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg voor zes maanden.