ECLI:NL:RBDHA:2020:11133
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en minderjarigheid
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Malta volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelde dat hij niet persoonlijk is gehoord, wat in strijd zou zijn met de Dublinverordening, en dat zijn minderjarigheid niet aannemelijk is erkend. Ook voerde hij aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Malta niet langer geldt vanwege slechte detentie- en opvangomstandigheden, en gebrek aan effectieve rechtsmiddelen.
De rechtbank oordeelde dat het persoonlijk onderhoud heeft plaatsgevonden tijdens het aanmeldgehoor, waarin eiser informatie kon verstrekken en vragen kon stellen. De minderjarigheid kon niet worden aangetoond omdat eiser geen documenten overlegde en de registratie in Malta als betrouwbaar geldt. Ten aanzien van Malta werd geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden, omdat het AIDA-rapport geen bewijs levert dat de detentieomstandigheden de ondergrens van het EVRM-artikel 3 bereiken Pro, en dat er effectieve rechtsmiddelen en beklagmogelijkheden zijn.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beslissing van de staatssecretaris bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.