ECLI:NL:RVS:2020:2947
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 30 juli 2020 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 4 november 2020 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat de vreemdeling niet mag worden overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist, en heeft daarom een voorlopige voorziening getroffen. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand van een derde.
De uitspraak is gedaan op 11 december 2020 door voorzieningenrechter C.C.W. Lange, in aanwezigheid van griffier J.A. Verweij. De beslissing betreft een voorlopige voorziening in het bestuursrechtelijke vreemdelingenrecht, waarbij de belangen van de vreemdeling worden beschermd gedurende de procedure.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.