ECLI:NL:RBDHA:2020:11278
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inschrijving tolkenregister
Verzoeker heeft bij besluit van 7 april 2020 een afwijzing ontvangen op zijn verzoek tot inschrijving in het Register beëdigde tolken en vertalers als tolk Nederlands ↔ Somali. Na gedeeltelijke gegrondverklaring van bezwaar door verweerder op 21 september 2020, handhaafde deze het primaire besluit met aangepaste motivering. Verzoeker stelde beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Verzoeker stelde dat zijn opdrachten en inkomsten ernstig zijn teruggelopen sinds 2011, met verslechtering in de afgelopen jaren, en dat hij daardoor in financiële nood verkeert.
Verweerder betoogde dat onvoldoende spoedeisend belang was aangetoond. De voorzieningenrechter concludeerde dat geen acute noodsituatie was gebleken die onmiddellijke voorziening rechtvaardigt. De financiële situatie van verzoeker, waaronder het aanspreken van pensioenvoorzieningen, is niet te kwalificeren als spoedeisend.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder zitting, en zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.