Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser bevond zich sinds 9 januari 2020 in vreemdelingenbewaring. Verweerder wijzigde de grondslag van de bewaring op 29 januari 2020, tegen welk besluit eiser op 30 januari 2020 beroep instelde. Tegelijkertijd was er een asielprocedure waarbij op 28 januari 2020 beroep werd ingesteld tegen de afwijzing van een herhaalde asielaanvraag.
Eiser verzocht de rechtbank om de bewaringszaak en de asielzaak op elkaar af te stemmen, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank oordeelde dat afstemming alleen vereist is indien de beroepen gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig zijn ingediend, wat hier niet het geval was omdat er twee werkdagen tussen de indiening van de beroepen zaten.
De rechtbank benadrukte dat het aan eiser en diens gemachtigde was om te zorgen voor gelijktijdige indiening. Er waren geen beroepsgronden aangevoerd tegen het besluit van 29 januari 2020, waardoor de rechtbank ambtshalve geen onrechtmatigheid constateerde. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.