ECLI:NL:RBDHA:2020:11370
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen wegens openbare orde
Eisers, een gezin met Mongolische nationaliteit, vroegen een verblijfsvergunning op grond van de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen. De aanvraag werd afgewezen omdat eiseres 2, de moeder, meerdere onherroepelijke veroordelingen voor (winkel)diefstal heeft, wat een contra-indicatie vormt voor verblijf vanwege het gevaar voor de openbare orde.
Eisers voerden aan dat zij onterecht niet zijn gehoord en dat het beleid onredelijk is, mede omdat zij onderwijs volgen en hun leven in Nederland is opgebouwd. Ook werd een beroep gedaan op artikel 8 EVRM Pro en het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat verweerder ruime beleidsvrijheid heeft en dat het gedrag van de moeder aan de kinderen kan worden toegerekend.
De rechtbank vond het beleid niet kennelijk onredelijk en oordeelde dat de belangenafweging door verweerder zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was, waarbij de illegale verblijfsduur en het ontbreken van objectieve belemmeringen om terug te keren naar Mongolië zwaarwegend waren. Het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning op grond van de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen wordt ongegrond verklaard.