ECLI:NL:RBDHA:2020:11458
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schorsing militair op grond van strafrechtelijke vervolging en belangenafweging
Eiser, een majoor bij de Koninklijke Landmacht, werd op 15 april 2019 geschorst wegens een strafrechtelijke vervolging voor ernstige strafbare feiten. Na bezwaar handhaafde verweerder het besluit. Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig was genomen, dat het verbod van willekeur was geschonden en dat de belangenafweging onvoldoende was.
De rechtbank oordeelde dat eiser tijdig en correct was geïnformeerd en gehoord, en dat aan het vereiste van hoor en wederhoor was voldaan. De schorsing was gebaseerd op een strafrechtelijke vervolging, waarvoor verweerder bevoegd was. De belangenafweging was zorgvuldig en niet onredelijk, mede gelet op de aard van de verdenking en de voorbeeldfunctie van eiser.
De rechtbank verwierp het betoog dat verweerder het verbod van willekeur had geschonden, aangezien verweerder per geval kon beoordelen of schorsing op zijn plaats was. Ook was de duur van de schorsing voldoende afgebakend en in lijn met het rechtszekerheidsbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen zijn schorsing wordt ongegrond verklaard.