ECLI:NL:RBDHA:2020:11467
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij Wmo-maatwerkvoorziening na Wlz-indicatie
Eiser, een alleenstaande man met beperkingen, kreeg een Wmo-maatwerkvoorziening voor individuele begeleiding toegekend voor de periode van augustus 2018 tot augustus 2019. Na bezwaar verklaarde het college het bezwaar ongegrond en stelde het aantal uren begeleiding vast op gemiddeld 8,5 uur per week. Eiser vorderde een hoger aantal uren en stelde daarnaast schadevergoeding wegens vermeende procedurele tekortkomingen.
De rechtbank constateert dat de Wmo-voorziening inmiddels is beëindigd omdat eiser een levenslange Wlz-indicatie heeft ontvangen. Hierdoor ontbreekt het aan een actueel procesbelang voor het beroep op de Wmo-maatwerkvoorziening, aangezien zorg niet met terugwerkende kracht kan worden verleend.
Ook de gestelde materiële en immateriële schade acht de rechtbank onvoldoende aannemelijk. De materiële schade is niet het gevolg van het Wmo-besluit, en voor immateriële schade is meer vereist dan psychisch onbehagen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en komt zij niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na toekenning van een levenslange Wlz-indicatie.