ECLI:NL:RBDHA:2020:11470
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering Ziektewet-uitkering na beoordeling beperkingen en geschiktheid functies
Eiseres, werkzaam als promotiemanager/programmeur, meldde zich ziek met lichamelijke klachten en ontving aanvankelijk een Ziektewet-uitkering. Na een tweedejaars beoordeling (TVB2) in juni 2018 werd vastgesteld dat zij beperkingen had, maar geschikt was voor bepaalde functies waarmee zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen. Verweerder beëindigde daarom de uitkering per 25 augustus 2018. Eiseres maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard.
Na een nieuwe ziekmelding per 29 maart 2019 weigerde verweerder opnieuw de ZW-uitkering, omdat eiseres volgens verzekeringsartsen geschikt bleef voor de eerder geduide functies. Eiseres betwistte dit en stelde dat haar fibromyalgie en artrose haar verhinderen deze functies uit te oefenen, en dat haar klachten onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat de eerdere TVB2-beoordeling niet ter discussie stond en dat de medische onderzoeken zorgvuldig en volledig waren uitgevoerd. De verzekeringsarts b&b had de klachten en beperkingen adequaat beoordeeld en geen aanleiding gezien voor aanvullende informatie. De rechtbank volgde het oordeel dat eiseres geschikt is voor de functies, die fysiek niet zwaar belastend zijn.
Daarom is de weigering van de ZW-uitkering terecht en is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige of het toekennen van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de Ziektewet-uitkering per 29 maart 2019.