ECLI:NL:RBDHA:2020:11664
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid homoseksualiteit
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning asiel aan op grond van zijn homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende vervolging in Nigeria. Verweerder wees de aanvraag af omdat hij de geloofwaardigheid van eisers homoseksualiteit betwijfelde en vond dat eiser onvoldoende persoonlijke en inhoudelijke verklaringen gaf.
Eiser bracht getuigen en een deskundige mee die zijn homoseksualiteit onderbouwden. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met eisers persoonlijkheid, achtergrond en de verklaringen van derden. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom deze verklaringen niet geloofwaardig zouden zijn.
De rechtbank stelde vast dat eiser summier verklaarde, maar dat dit mede samenhing met zijn persoonlijkheid en dat verweerder dit onvoldoende had betrokken in zijn beoordeling. Het bestreden besluit werd vernietigd wegens strijd met de motiveringsplicht van artikel 3:46 Awb Pro. Verweerder moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Verder wees de rechtbank proceskosten toe aan eiser. Het beroep werd gegrond verklaard en verweerder kreeg de opdracht tot herbeoordeling met een betere motivering van de geloofwaardigheid van de seksuele geaardheid en de verklaringen van derden.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.