ECLI:NL:RBDHA:2020:11739
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijzondere bijstand voor medicinale cannabis
Verzoeker, lijdend aan Multiple Sclerose, vroeg bijzondere bijstand voor medicinale cannabis die hij gebruikt ter bestrijding van pijnklachten. Tot september 2019 werden deze kosten vergoed, maar de aanvraag in september 2020 werd afgewezen omdat de kosten deels door de zorgverzekeraar worden gedekt en er geen dringende redenen zijn om hiervan af te wijken.
Verzoeker stelde dat er een noodzaak bestond vanwege zijn medische situatie en financiële problemen, ondersteund door een medisch specialist en een sociaal medische rapportage. De voorzieningenrechter erkende het spoedeisend belang en de psychische gevolgen bij onthouding van cannabis, maar stelde dat dit niet voldeed aan de wettelijke criteria voor zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Participatiewet.
De rechter oordeelde dat de situatie van verzoeker complex maar niet levensbedreigend is en dat de financiële nood onvoldoende objectief is onderbouwd. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor bijzondere bijstand voor medicinale cannabis wordt afgewezen wegens het ontbreken van zeer dringende redenen.