ECLI:NL:RBDHA:2020:1174
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken dienstverband bij psychische aandoening
Eiser, voormalig majoor bij de Koninklijke Landmacht, werd arbeidsongeschikt verklaard wegens een bipolaire stoornis type I. Hij kreeg een arbeidsongeschiktheidspensioen toegekend, maar de aanvraag voor een militair invaliditeitspensioen werd geweigerd omdat geen verband werd aangenomen tussen zijn aandoening en de militaire dienst. Eiser stelde dat hij PTSS had opgelopen door werkgerelateerde traumatische gebeurtenissen en dat er sprake was van arbeidsongeschiktheid met dienstverband.
De bedrijfsarts en psychiater [A] concludeerden dat het MGO zorgvuldig was uitgevoerd en dat de diagnose PTSS niet kon worden gesteld omdat het A-criterium niet werd gehaald. De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden waaronder eiser werkte niet vielen onder buitengewone of daarmee vergelijkbare situaties zoals oorlogs- of gevechtssituaties. De bipolaire stoornis werd als multifactorieel bepaald beschouwd, waarbij ook niet-werkgerelateerde factoren een rol speelden.
De rechtbank stelde vast dat de medische rapporten gemotiveerd en inzichtelijk waren en dat verweerder zich daarop mocht baseren. Het verzoek van eiser om nader onderzoek werd afgewezen wegens gebrek aan twijfel over de medische onderbouwing. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van een militair invaliditeitspensioen wordt ongegrond verklaard.