ECLI:NL:CRVB:2021:1814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op militair invaliditeitspensioen bij psychische aandoening
Appellant, voormalig militair, verzocht om toekenning van een militair invaliditeitspensioen (mip) wegens een psychische aandoening die hij toeschrijft aan een arbeidsconflict tijdens zijn militaire dienst. Uit het Militair Geneeskundig Onderzoek (MGO) en psychiatrische expertise bleek dat appellant lijdt aan een bipolaire stoornis type I, die niet is ontstaan door militaire dienst onder buitengewone omstandigheden. De rechtbank wees het beroep af en de Raad bevestigt deze uitspraak.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij leed aan PTSS door het arbeidsconflict, wat recht zou geven op een mip en een hoger arbeidsongeschiktheidspensioen. De Raad concludeert echter dat het arbeidsconflict niet voldoet aan het A-criterium van PTSS zoals omschreven in de DSM-5, omdat er geen blootstelling was aan levensbedreigende of seksueel gewelddadige situaties. De diagnose PTSS is daarom niet aannemelijk.
De Raad benadrukt dat de bipolaire stoornis niet in militaire dienst is ontstaan, maar mogelijk door werkomstandigheden tot openbaring is gekomen. Hierdoor is geen dienstverband voor de psychische aandoening aannemelijk en bestaat geen recht op een mip. Het arbeidsongeschiktheidspensioen moet worden berekend zonder dienstverband. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; appellant heeft geen recht op een militair invaliditeitspensioen.