Op 23 juli 2020 vond een gewelddadig incident plaats in een kapperszaak te Den Haag waarbij het slachtoffer meerdere keren werd beschoten door een medeverdachte. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen poging moord en medeplichtigheid, maar de rechtbank vond geen bewijs voor voorbedachte raad of opzet op het gebruik van het vuurwapen door verdachte.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte samen met anderen openlijk geweld heeft gepleegd tegen het slachtoffer door hem vast te pakken, te trekken en te slaan, en dat zij hebben geprobeerd het slachtoffer door geweld en bedreiging te dwingen tot het betalen van geld, wat kwalificeert als poging tot afpersing in vereniging.
Verdachte werd vrijgesproken van medeplegen poging moord en medeplichtigheid daaraan, maar veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar voor openlijke geweldpleging en poging tot afpersing. Daarnaast werd een schadevergoeding van € 2.113,17 toegewezen aan het slachtoffer, bestaande uit materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het incident.