De rechtbank Den Haag behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van drie mishandelingen en één bedreiging. De feiten vonden plaats in 2019 te Leiden en betroffen onder meer het slaan van slachtoffers en dreigementen met een schroevendraaier. Diverse getuigenverklaringen en het bekennende gedrag van de verdachte vormden het bewijs.
Deskundigen stelden vast dat verdachte leed aan schizofrenie met paranoïde wanen en psychotische symptomen die zijn handelen volledig bepaalden. Hierdoor was hij niet in staat om zijn gedragingen te beheersen of een redelijk oordeel te vormen. De rechtbank nam deze conclusies over en verklaarde de verdachte niet strafbaar, waarna hij werd ontslagen van alle rechtsvervolging.
De rechtbank benadrukte dat hoewel behandeling en begeleiding noodzakelijk zijn, deze via een zorgmachtiging moeten plaatsvinden omdat geen straf of maatregel kan worden opgelegd. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun schadevorderingen omdat geen straf of maatregel werd opgelegd. Het vonnis werd uitgesproken op 20 november 2020 door een meervoudige strafkamer.