ECLI:NL:RBDHA:2020:11846

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 augustus 2020
Publicatiedatum
20 november 2020
Zaaknummer
NL20.959
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning van gedeeltelijke proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn

De eiser is op 13 januari 2020 in beroep gegaan tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vanwege het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Nadat de eiser in beroep was gegaan, heeft de verweerder op 20 mei 2020 alsnog een beslissing genomen. Hierop heeft de eiser het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht om de proceskosten toe te kennen.

De rechtbank heeft geoordeeld dat de eiser recht heeft op een vergoeding van zijn proceskosten omdat de beslistermijn is overschreden. Omdat de eiser een professionele juridische hulpverlener had ingeschakeld en de zaak uitsluitend ging over de overschrijding van de beslistermijn, is een vast bedrag toegekend met een wegingsfactor van 0,5. Er zijn geen overige kosten vastgesteld die vergoed kunnen worden.

De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter Y. Sneevliet en griffier M. Bos, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. De uitspraak is bekendgemaakt op 13 augustus 2020.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.959
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. B.A. Palm), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: Y.W.M. Schrijver).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft op 29 juli 2020 laten weten dat hij bereid is de proceskosten van
verzoeker te vergoeden tot een bedrag van € 262,50.

Overwegingen

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
De rechtbank kan beslissen dat een van de partijen de proceskosten van de andere partij moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Verzoeker is op 13 januari 2020 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag. Op 20 mei 2020 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op zijn aanvraag. Verzoeker heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Omdat verweerder pas nadat verzoeker in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bbp is dit een vast bedrag omdat verzoeker een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 262,50.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 262,50 aan proceskosten.
Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Sneevliet, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt de uitspraak alsnog, voor zover nodig, in het openbaar uitgesproken.
De uitspraak is gedaan en bekendgemaakt op:
13 augustus 2020

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u hiertegen in verzet. U moet hiervoor binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt een verzetschrift indienen. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.