ECLI:NL:RBDHA:2020:11921
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van asielaanvraag Litouwse onderdaan op grond van Protocol nr. 24
Eiseres, een onderdaan van Litouwen, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van Protocol nr. 24 bij het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, dat asielaanvragen van EU-onderdanen beperkt omdat lidstaten als veilige landen worden beschouwd.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit tijdig en zorgvuldig is genomen. Eiseres heeft onvoldoende concreet gemaakt waarom Litouwen voor haar geen veilig land zou zijn en heeft geen relevante documenten overgelegd ter onderbouwing van haar persoonlijke problemen in Litouwen. Daarnaast is vastgesteld dat eiseres in haar moedertaal is gehoord en geen benadeling is gebleken.
De rechtbank concludeert dat de aanvraag terecht niet-ontvankelijk is verklaard en dat het besluit geen schending van artikel 8 EVRM Pro inhoudt, aangezien eiseres niet feitelijk van haar echtgenoot wordt gescheiden en zij als EU-onderdaan geen vertrekplicht uit Nederland heeft. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag.