In deze zaak stond een aanbestedingsgeschil centraal waarbij eiseres de inschrijving van Nijha wilde laten uitsluiten wegens een abnormaal lage en niet kostendekkende prijs. De Gemeente Westland had een raamovereenkomst aanbesteed voor inspectie en reparatie van gymzalen en sporthallen, waarbij het gunningscriterium de beste prijs-kwaliteitverhouding was. Nijha had een scherpe prijs ingediend, die aanzienlijk lager was dan die van eiseres.
Eiseres stelde dat de inschrijving van Nijha manipulatief, irreëel en abnormaal laag was en daarmee ongeldig verklaard moest worden. De Gemeente en Nijha voerden verweer dat inschrijving onder kostprijs toegestaan is, tenzij expliciet verboden in de aanbestedingsstukken, wat hier niet het geval was. De rechtbank oordeelde dat de aanbestedingsstukken niet voorschrijven dat prijzen reëel, kostendekkend en marktconform moeten zijn.
De rechtbank overwoog dat een strategische inschrijving met een scherpe prijs toegestaan is, tenzij deze grens overschrijdt en manipulatief wordt. Nijha had toegelicht hoe zij de opdracht tegen het geboden tarief kan uitvoeren, en er was geen bewijs dat de inschrijving irreëel was. Ook was de totaalprijs niet abnormaal laag. De vorderingen van eiseres werden daarom afgewezen, evenals de vordering van Nijha tot definitieve gunning, die geen belang meer had. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten van zowel de Gemeente als Nijha.