ECLI:NL:RBDHA:2020:11991
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onmiddellijke opheffing bewaring wegens verlopen overdrachtstermijn in vreemdelingenzaak
De zaak betreft een beroep tegen een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgelegd in het kader van een voorgenomen overdracht aan Italië op basis van de Dublinverordening. De rechtbank oordeelt dat de overdrachtstermijn is verstreken en niet is verlengd of gestuit, waardoor de bewaring onrechtmatig is.
Tijdens de zitting op 23 november 2020 was de gemachtigde van eiser niet aanwezig, ondanks verzoeken om de behandeling aan te houden. De rechtbank besloot niet te wachten vanwege de dringende noodzaak tot opheffing van de maatregel. De rechtbank stelde ambtshalve vast dat de detentie onrechtmatig was en beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de Staat tot betaling van een schadevergoeding aan eiser wegens de onrechtmatige detentie en legde proceskosten op aan verweerder. Het hoger beroep tegen deze uitspraak kan worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring wegens verlopen overdrachtstermijn en kent schadevergoeding toe.