Schuldenares is in 2017 toegelaten tot de schuldsaneringsregeling (WSNP) na financiële problemen na haar scheiding. Schuldeisers verzochten tussentijdse beëindiging van de regeling zonder verlening van de schone lei, stellende dat schuldenares destijds onjuiste informatie gaf en nu in staat is haar betalingen te hervatten.
De rechtbank oordeelt dat de feiten waarop schuldeisers zich baseren reeds bekend waren bij toelating en dat er geen sprake is van onjuiste voorlichting. Ook is vastgesteld dat schuldenares niet in bezit was van een auto zoals door schuldeisers gesteld. Het minnelijk traject en inspanningsplicht zijn adequaat gevolgd.
Verder blijkt uit het verslag van de bewindvoerder dat schuldenares niet in staat is haar betalingen te hervatten gezien het boedelactief en de openstaande vorderingen. Er is geen sprake van tekortkomingen in de nakoming van verplichtingen door schuldenares.
De rechtbank wijst daarom het verzoek tot tussentijdse beëindiging en verlenging af, bevestigt de schone lei en veroordeelt schuldeisers in de proceskosten. Tevens wordt de vergoeding van de bewindvoerder vastgesteld.