Uitspraak
wonende te [woonplaats 2],
advocaat: mr. M.R.A. Rutten.
1.1. Verloop van de procedure
- mr. J.A.M. Kuijlaars, advocaat van schuldeisers.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek van schuldeisers om de schone lei, verleend aan schuldenaar na voltooiing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP), te ontnemen op grond van artikel 358a Faillissementswet. Schuldeisers stelden dat schuldenaar bij het aangaan van een convenant wist dat zij haar betalingsverplichtingen niet zou nakomen en dat zij gedurende de schuldsaneringsregeling onvoldoende inspanningen heeft verricht om haar schulden af te lossen.
De rechtbank overweegt dat deze stellingen reeds in een eerdere procedure aan de orde zijn geweest en toen zijn beoordeeld, waarbij de schone lei werd verleend. Het verzoek tot ontneming wordt daarom aangemerkt als een verkapt hoger beroep, dat niet ontvankelijk is. Ook een recent boven water gekomen geluidsopname vormt geen nieuw feit dat tot ontneming kan leiden.
Subsidiair verzochten schuldeisers ontneming op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW Pro juncto 3:13 BW), maar ook dit verzoek wordt afgewezen. De rechtbank veroordeelt schuldeisers tot betaling van de proceskosten wegens misbruik van procesrecht. De uitspraak is gedaan door rechter R.G.C. Veneman en griffier M.J.P. Vink op 4 april 2022.
Uitkomst: Het verzoek tot ontneming van de schone lei wordt afgewezen en verzoekers worden veroordeeld in de proceskosten wegens misbruik van procesrecht.