ECLI:NL:RBDHA:2020:12114
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige en onbevoegdheid rechtbank inzake terugkeerbesluit
Eiser, een Turkse zelfstandige ondernemer, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor arbeid als zelfstandige bij een vennootschap onder firma. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf en onvoldoende onderbouwing van het ondernemingsplan, waaronder het niet voldoen aan het documentatievereiste en het ontbreken van een ondertekende antecedentenverklaring.
Eiser stelde dat het ondernemingsplan volledig was en dat verweerder onterecht het plan niet aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) had voorgelegd. Hij voerde ook aan dat de werkwijze van verweerder niet transparant was en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht niet tot voorlegging aan de RvO was overgegaan omdat eiser niet voldeed aan de vereiste documenten en dat de gestelde strijdigheid met de standstill-bepaling niet was aangetoond.
Verder werd het beroep tegen het terugkeerbesluit van 23 juli 2020 niet inhoudelijk behandeld omdat de rechtbank zich onbevoegd verklaarde. Dit terugkeerbesluit was ten overvloede genomen en de rechtsgevolgen van het eerdere terugkeerbesluit waren nog niet ingetreden vanwege een voorlopige voorziening. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het belang was komen te vervallen.
De rechtbank wees de beroepen af en verklaarde zich onbevoegd ten aanzien van het tweede terugkeerbesluit. Proceskostenveroordelingen werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard en de rechtbank is onbevoegd ten aanzien van het tweede terugkeerbesluit.