ECLI:NL:RVS:2017:977
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige in bouwsector
De staatssecretaris heeft meerdere aanvragen van Turkse vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als zelfstandige in de bouwsector afgewezen vanwege het ontbreken van een wezenlijk Nederlands belang, gebaseerd op adviezen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO).
De rechtbank had de beroepen van vreemdelingen 1-7 gegrond verklaard en de besluiten vernietigd, stellende dat de strengere toetsing door de staatssecretaris in strijd was met de standstill-bepaling van het Aanvullend Protocol bij de associatieovereenkomst tussen de EU en Turkije. De beroepen van vreemdelingen 8 en 9 werden ongegrond verklaard.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de adviezen van de RvO niet aan de besluiten heeft willen toetsen en dat de strengere toetsingsmaatstaf gerechtvaardigd was gezien de gewijzigde feitelijke situatie op de arbeidsmarkt. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en dat van vreemdeling 9 ongegrond.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de beroepen van vreemdelingen 1-7 gegrond werden verklaard en de besluiten vernietigd, en voor het overige bevestigd. De beroepen van vreemdelingen 1-7 worden door de Raad van State ongegrond verklaard.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de beroepen van vreemdelingen 1-7 worden ongegrond verklaard.