ECLI:NL:RBDHA:2020:1227
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing ongewenstverklaring wegens gevaar voor openbare orde
Eiser, van Afghaanse afkomst en sinds 2009 Belgisch staatsburger, verzocht om opheffing van zijn ongewenstverklaring die is gebaseerd op ernstige verdenkingen van betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid tijdens zijn functie in Afghanistan. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat eiser nog steeds een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor fundamentele belangen van de samenleving, mede door zijn ontkennende houding en het ontbreken van berouw.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd dat eiser ondanks het tijdsverloop van bijna 30 jaar en zijn positieve maatschappelijke integratie in België en Nederland, nog steeds een gevaar vormt. Het ontbreken van een strafrechtelijke veroordeling doet hieraan niet af. De rechtbank bevestigt dat de beoordeling van het gevaar zich richt op het persoonlijke gedrag van eiser en dat van hem verwacht mag worden dat hij concrete positieve gedragsverandering toont, wat niet is gebleken.
Verder weegt de rechtbank het belang van de openbare orde zwaarder dan de belangen van eiser bij vrij verkeer en verblijf als EU-burger. De afstand tussen België en Nederland en het feit dat zijn familieleden in Nederland wonen, leidt niet tot een andere uitkomst. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.