ECLI:NL:RVS:2019:3684
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- H. Troostwijk
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling persoonlijke betrokkenheid vreemdeling bij ernstige misdrijven in Eritrese leger
De staatssecretaris wees een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af en legde een inreisverbod op vanwege ernstige redenen om te veronderstellen dat de vreemdeling betrokken was bij misdrijven als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling dat de rechtbank onjuist het toetsingskader hanteerde door te stellen dat niet is uitgesloten dat de vreemdeling als dwangarbeider werkte. De staatssecretaris heeft voldoende gemotiveerd dat de vreemdeling, die leidinggevende posities in het Eritrese leger bekleedde, persoonlijk betrokken was bij ernstige misdrijven, mede op basis van zijn eigen verklaringen over het doorgeven van straffen en het nalaten van maatregelen tegen martelingen.
De Afdeling wijst het beroep van de vreemdeling op het gelijkheidsbeginsel en het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer af. Ook het bezwaar tegen het beleid omtrent het duurzaam karakter van artikel 3 EVRM Pro wordt verworpen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.