ECLI:NL:RBDHA:2020:12374

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2020
Publicatiedatum
7 december 2020
Zaaknummer
NL19.24997
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroepen wegens gewijzigde asielbesluiten

Eisers, van Iraanse nationaliteit, hadden beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun asielaanvragen door verweerder op 20 september 2019. Tijdens de procedure bracht eiser een nieuw asielmotief in, gebaseerd op deelname aan demonstraties in november en december 2019. De rechtbank heropende het onderzoek en verweerder trok de bestreden besluiten in en verleende op 7 juli 2020 alsnog verblijfsvergunningen aan eisers.

Eisers trokken daarop hun beroepen in en verzochten om vergoeding van proceskosten op grond van artikel 8:75a van de Awb. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder niet aan eisers is tegemoetgekomen, omdat de wijziging van de besluiten het gevolg was van veranderde omstandigheden, namelijk het nieuwe asielmotief dat zich ten tijde van de oorspronkelijke besluiten niet voordeed.

Daarom wees de rechtbank het verzoek tot proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. van Keken en griffier A.W. Martens op 4 december 2020 te Haarlem. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat de bestreden besluiten zijn gewijzigd wegens veranderde omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL19.24997 en NL19.24998

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [#]
en
[eiseres] , eiseres
V-nummer: [#]
(gemachtigde: mr. F. Khodajoo-Aziz Maleki),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. C. van der Zijde).

ProcesverloopBij besluiten van 20 september 2019heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroepen ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 januari 2020. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
De rechtbank heeft vervolgens partijen per brief van 31 januari 2020 bericht dat de rechtbank van oordeel is dat het nieuwe asielmotief van eiser tijdig is ingebracht, voldoende
concreet is en dat het betrekken daarvan niet tot een ontoelaatbare vertraging leidt. De rechtbank heeft daarom in beide zaken het onderzoek heropend verweerder de opdracht gegeven dit nieuwe asielmotief van eiser nader te onderzoeken en zijn aanvullend standpunt hierover kenbaar te maken.
Op 10 juli 2020 heeft verweerder de rechtbank bericht dat de bestreden besluiten van 20 september 2019 zijn ingetrokken en de aanvragen van eisers bij besluiten van 7 juli 2020 alsnog zijn ingewilligd.
Op 14 juli 2020 hebben eiser de beroepen ingetrokken en verzocht verweerder op grond van artikel 8:75a van de Awb [2] te veroordelen in de proceskosten.
Verweerder heeft hier op 28 juli 2020 op gereageerd.
Nu geen van de partijen, nadat zij zijn gewezen op hun recht om op een nadere zitting te worden gehoord, heeft verklaard dat zij gebruik wil maken van dit recht, heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:57 van Pro de Awb bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Daarop is het onderzoek gesloten op 3 december 2020.

Overwegingen

1. Eisers stellen van Iraanse nationaliteit te zijn. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum 1] en eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedatum 2] .
2. De veroordeling van een partij in de kosten is geregeld in artikel 8:75 en Pro 8:75a Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Hierin zijn nadere regels gesteld over de kosten waarop een veroordeling uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.
In geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen aan de indiener van het beroepschrift, kan ingevolge artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van dit in de kosten worden veroordeeld. Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep.
Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State [3] is van tegemoetkomen door het bestuursorgaan geen sprake als een in beroep bestreden besluit is gewijzigd wegens veranderde omstandigheden.
3. De rechtbank zal, gelet op het voorgaande, beoordelen of door verweerder is tegemoetgekomen en of sprake is van veranderde omstandigheden.
3.1
De rechtbank betrekt bij die beoordeling de volgende feiten. De bestreden besluiten waarin de asielaanvragen van eisers zijn afgewezen, dateren van 20 september 2019. Op 18 oktober 2019 hebben eisers hiertegen de onderhavige beroepen ingediend. Op 11 november 2019 hebben eisers gronden van beroep ingediend. De behandeling van de beroepen is vervolgens door de rechtbank op 6 december 2019 geagendeerd op de zitting van 30 januari 2020. Verweerder heeft op 17 januari 2020 een verweerschrift ingediend. Eisers hebben op 19 januari 2020 aanvullende gronden van beroep ingediend waaruit blijkt dat sprake is van een nieuw asielmotief. Eiser stelt namelijk op [datum 1] , [datum 2] , [datum 3] en [datum 4] in [plaats] te hebben deelgenomen aan demonstraties tegen de Iraanse autoriteiten. Eisers hebben voorts ter zitting verzocht dit nieuwe asielmotief bij de behandeling van de onderhavige beroepen te betrekken. Aan eisers zijn vervolgens door verweerder bij besluiten van 7 juli 2020 verblijfsvergunningen asiel verleend, vanwege dit nieuwe asielmotief.
3.2
De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de in beroep bestreden besluiten zijn gewijzigd wegens veranderde omstandigheden. In dit geval heeft verweerder immers naar aanleiding van de deelname van eiser aan de demonstraties in november en december 2019 alsnog aan eisers een verblijfsvergunning asiel verleend. Dit is dus een veranderde omstandigheid die zich ten tijde van de bestreden besluiten van 20 september 2019 niet voordeed. Daarom is verweerder niet aan eisers tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb. Er is dan ook geen aanleiding om verweerder tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten van eisers af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. van Keken, rechter, in aanwezigheid vanmr. A.W. Martens, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.hierna: de bestreden besluiten
2.de Algemene wet bestuursrecht
3.zie bijvoorbeeld de uitspraak van 8 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1084.