Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [#]
(gemachtigde: mr. F. Khodajoo-Aziz Maleki),
Rechtbank Den Haag
Eisers, van Iraanse nationaliteit, hadden beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun asielaanvragen door verweerder op 20 september 2019. Tijdens de procedure bracht eiser een nieuw asielmotief in, gebaseerd op deelname aan demonstraties in november en december 2019. De rechtbank heropende het onderzoek en verweerder trok de bestreden besluiten in en verleende op 7 juli 2020 alsnog verblijfsvergunningen aan eisers.
Eisers trokken daarop hun beroepen in en verzochten om vergoeding van proceskosten op grond van artikel 8:75a van de Awb. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder niet aan eisers is tegemoetgekomen, omdat de wijziging van de besluiten het gevolg was van veranderde omstandigheden, namelijk het nieuwe asielmotief dat zich ten tijde van de oorspronkelijke besluiten niet voordeed.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. van Keken en griffier A.W. Martens op 4 december 2020 te Haarlem. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat de bestreden besluiten zijn gewijzigd wegens veranderde omstandigheden.