ECLI:NL:RVS:2019:1084
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag
Bij besluit van 8 juni 2018 heeft de staatssecretaris de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde zij hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens het hoger beroep trok de staatssecretaris het eerdere besluit in en nam de asielaanvraag alsnog in behandeling, omdat de overdrachtstermijn van de Dublinverordening was verstreken. De vreemdeling handhaafde haar hoger beroep vanwege het geschil over proceskosten.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is, omdat de vreemdeling haar doel met het hoger beroep heeft bereikt en onvoldoende belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling. Daarnaast werd vastgesteld dat de staatssecretaris niet tot vergoeding van proceskosten hoeft te worden veroordeeld, aangezien de wijziging van het besluit het gevolg was van veranderde omstandigheden en niet van tegemoetkoming.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag alsnog in behandeling is genomen en geen proceskostenvergoeding wordt toegekend.