ECLI:NL:RBDHA:2020:12538
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Schorsing behandeling en benoeming fiscalist voor onderzoek fiscale schade
Verzoeker heeft bij de rechtbank een verzoek om schadevergoeding ingediend wegens vermeende fiscale schade door een nabetaling over de jaren 2015, 2016 en 2017. Verweerder, het UWV, heeft aangegeven dat voor de berekening van het progressienadeel benodigde stukken ontbraken en heeft verzoeker verzocht deze aan te leveren. Verzoeker heeft aanvankelijk niet aan dit verzoek voldaan, maar later alsnog stukken ingediend.
De rechtbank heeft het onderzoek geschorst om verzoeker de gelegenheid te geven ontbrekende stukken aan te leveren. Na heropening van het onderzoek heeft verweerder niet gereageerd op de ingediende stukken en heeft geen berekening van de fiscale schade gemaakt. Gezien het uitblijven van een reactie van verweerder en de aangeleverde stukken door verzoeker, heeft de rechtbank besloten een fiscalist als deskundige te benoemen.
De fiscalist zal een onderzoek verrichten naar de vraag of verzoeker fiscale schade heeft geleden en zo ja, voor welk bedrag. De behandeling van het verzoek om schadevergoeding wordt geschorst totdat het deskundigenonderzoek is afgerond. Partijen worden verplicht mee te werken aan het onderzoek. Na ontvangst van het deskundigenverslag zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen schriftelijk te reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank schorst de behandeling en benoemt een fiscalist als deskundige voor onderzoek naar fiscale schade.