ECLI:NL:RBDHA:2020:12550
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft tegen het besluit van 6 november 2020 beroep ingesteld omdat zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling werd genomen. Verweerder stelde dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 24 november 2020. Verzoeker was niet aanwezig bij de zitting, maar verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De rechtbank had inmiddels in de hoofdzaak uitspraak gedaan (zaaknummer NL20.19436), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Om die reden wees de voorzieningenrechter het verzoek af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter L.A. Banga en griffier A. Vranken op 1 december 2020. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.