ECLI:NL:RBDHA:2020:12552
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag op grond van het Dublinverdrag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 24 november 2020.
Bij uitspraak van dezelfde datum in de hoofdzaak (zaaknummer NL20.19332) heeft de rechtbank uitspraak gedaan over het beroep, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was. De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.A. Banga en griffier A. Vranken op 1 december 2020. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.