ECLI:NL:RBDHA:2020:12747

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2020
Publicatiedatum
14 december 2020
Zaaknummer
C/09/598077 / FA RK 20-5712
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 13 lid 7 Uitvoeringswet internationale kinderontvoering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot opname vaststellingsovereenkomst in internationale kinderontvoeringszaak

In deze internationale kinderontvoeringszaak diende de rechtbank Den Haag een verzoek van de vader tot opname van een vaststellingsovereenkomst betreffende de minderjarige. De zaak werd behandeld door de meervoudige kamer, waarbij mediation werd aangeboden om tot een minnelijke regeling te komen. Na aanvankelijke terughoudendheid stemden de ouders uiteindelijk in met een crossborder mediation traject.

De mediation resulteerde in volledige overeenstemming tussen de ouders over de zorg en omgang met de minderjarige. De rechtbank ontving vervolgens het verzoek om deze afspraken in een beschikking op te nemen. De gewone verblijfplaats van de minderjarige was inmiddels Nederland geworden, en beide ouders erkenden de bevoegdheid van de rechtbank om over het verzoek te beslissen.

De rechtbank besloot het verzoek toe te wijzen en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tevens werden de werkzaamheden van de bijzondere curator, die was benoemd om de belangen van de minderjarige te behartigen, als beëindigd beschouwd. De beschikking werd uitgesproken op 27 november 2020 door drie kinderrechters.

Uitkomst: Verzoek tot opname van de vaststellingsovereenkomst in de beschikking wordt toegewezen en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

Rechtbank Den HAAG
Meervoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 20-5712
Zaaknummer: C/09/598077
Datum beschikking: 27 november 2020

Internationale kinderontvoering

Beschikking op het op 18 augustus 2020 ingekomen verzoek van:

[Y]

de vader,
wonende te [woonplaats 1] , Roemenië,
advocaat: mr. J.H. Weermeijer te Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[X] ,

de moeder,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. N. Rastegar te Amsterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift van de zijde van de vader.
Op 27 augustus 2020 is de zaak ter zitting (via Skype voor Bedrijven) van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn digitaal of telefonisch verschenen:
  • de vader;
  • de advocaat van de vader;
  • de moeder;
  • de advocaat van de moeder;
  • de tolk mevrouw [naam tolk] die beide ouders heeft bijgestaan;
  • de heer [medewerker RvdK 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Het betrof hier een regiezitting met het oog op crossborder mediation in internationale kinderontvoeringszaken met als behandelend rechter, tevens kinderrechter, mr. J.Th.W. van Ravenstein. De behandeling ter zitting is aangehouden.
Op genoemde regiezitting is aan de ouders de gelegenheid geboden om een crossborder mediation traject te volgen, gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering, teneinde tot een minnelijke regeling te komen. De ouders hebben daar toen om hen moverende redenen geen gebruik van gemaakt.
De rechtbank heeft bij beschikking van 28 augustus 2020 [naam bijzondere curator] benoemd tot bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige]
De rechtbank heeft vervolgens de volgende stukken ontvangen:
  • het verslag van de bijzondere curator van 21 september 2020;
  • het verweerschrift van 21 september 2020, met bijlagen, van de zijde van de moeder;
  • het F9-formulier van 21 september 2020, met bijlagen, van de zijde van de vader.
De kinderrechter mr. H.M. Boone heeft op 22 september 2020 via Skype voor Bedrijven een gesprekje gehad met [minderjarige]
Op 22 september 2020 is de behandeling ter zitting van de meervoudige kamer (via Skype voor Bedrijven) voortgezet. Hierbij zijn digitaal verschenen:
  • de vader;
  • de advocaat van de vader;
  • de moeder;
  • de advocaat van de moeder;
  • de bijzondere curator, mevrouw [naam bijzondere curator]
  • mevrouw [medewerker RvdK 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
De rechtbank heeft de ouders in de gelegenheid gesteld om na de mondelinge behandeling alsnog een crossborder mediation traject gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering te volgen en samen afspraken te maken over [minderjarige] Op 5 november 2020 heeft het Mediation Bureau de rechtbank bericht dat de mediation tussen de ouders is afgerond met volledige overeenstemming.
De rechtbank heeft vervolgens de volgende stukken ontvangen:
  • het e-mailbericht van 5 november 2020, met de ‘full agreement’ als bijlage, van de zijde van de moeder;
  • het F9-formulier van 13 november 2020 van de zijde van de vader.
Uit deze stukken blijkt dat nu alleen nog voorligt het verzoek van de ouders tot opname van de vaststellingsovereenkomst in de beschikking dan wel in een proces-verbaal. De vader heeft zijn eerder ingediende verzoeken ingetrokken.

Beoordeling

Opname vaststellingsovereenkomst
Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] inmiddels in Nederland is gelegen en beide ouders de bevoegdheid van deze rechtbank om te beslissen op het verzoek tot opname van de vaststellingsovereenkomst in deze beschikking hebben aanvaard, acht de rechtbank zich bevoegd om over dit verzoek naar Nederlands recht te beslissen. De rechtbank zal het verzoek als op de wet gegrond toewijzen en zal een kopie van de vaststellingsovereenkomst aan deze beschikking hechten.
Bijzondere curator
De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.

Beslissing

De rechtbank:
*
neemt op de door de vader en de moeder getroffen afspraken over [minderjarige] , zoals neergelegd in de (in kopie) aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst (‘full agreement’) van 3 november 2020 en verklaart de beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;
*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H.M. Boone, O.F. Bouwman en C.S.F. de Nijs rechters, tevens kinderrechters, in samenwerking met mr. M. Verkerk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 27 november 2020.
Van deze beschikking kan -voor zover er definitief is beslist- hoger beroep worden ingesteld binnen twee weken (artikel 13 lid 7 Uitvoeringswet Pro internationale kinderontvoering) na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof Den Haag. In geval van hoger beroep zal de terechtzitting bij het hof - in beginsel - plaatsvinden in de derde of vierde week na deze beslissing.