ECLI:NL:RBDHA:2020:12858
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift tegen afwijzing onderzoeksverzoeken rechter-commissaris na verwijzing rechtbank
De verdachte heeft bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de rechter-commissaris van 9 november 2020, waarin meerdere verzoeken tot onderzoekshandelingen werden afgewezen. Deze verzoeken betroffen onder meer nader onderzoek naar personen die voldeden aan het signalement van de dader, het horen van de vader van de verdachte en personeel van een winkel, onderzoek van telefoongegevens, een vergelijkend onderzoek naar het steekwapen en het opmaken van een aanvullend proces-verbaal.
De rechtbank heeft het bezwaarschrift in raadkamer behandeld, waarbij de verdachte niet aanwezig was maar zijn raadsman wel. De verdediging stelde dat de afwijzing van de verzoeken de mogelijkheid ontneemt om aan te tonen dat de verdachte niet op de plaats delict was, en uitte tevens kritiek op de gang van zaken rondom de aanhouding en dagvaarding.
Het openbaar ministerie betoogde dat op grond van artikel 316 Sv Pro, dat het onderzoek door de rechter-commissaris na verwijzing door de rechtbank regelt, artikel 182 lid 6 Sv Pro niet van toepassing is en het bezwaarschrift niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de Wet versterking positie rechter-commissaris (in werking sinds 1 januari 2013) duidelijk maakt dat na verwijzing door de zittingsrechter het onderzoek van de rechter-commissaris onder artikel 316 Sv Pro valt en niet onder de artikelen 181-184 Sv. Hierdoor is bezwaar tegen afwijzing van onderzoekshandelingen door de rechter-commissaris niet mogelijk in deze fase. De rechtbank verklaarde het bezwaarschrift niet-ontvankelijk en wees het bezwaar af.
De rechtbank benadrukte dat de verdediging binnen het wettelijke systeem nog steeds de mogelijkheid heeft om onderzoekswensen bij de zittingscombinatie naar voren te brengen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift van de verdachte tegen de afwijzing van onderzoeksverzoeken door de rechter-commissaris is niet-ontvankelijk verklaard.