ECLI:NL:RBDHA:2020:12898
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg met opname en toezicht
De rechtbank Den Haag behandelde op 9 december 2020 het verzoek van de officier van justitie tot verlening van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1966. Betrokkene lijdt aan middelgerelateerde en neurocognitieve stoornissen die leiden tot ernstig nadeel, waaronder lichamelijke verslechtering en maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank stelde vast dat vrijwillige zorg niet mogelijk is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. De gevraagde zorg omvat onder meer toediening van medicatie, beperking van bewegingsvrijheid, toezicht, onderzoek op gedrag-beïnvloedende middelen, en opname in een accommodatie. Betrokkene verzette zich tegen opname en verplichte zorg, maar de medische rapporten en het zorgplan ondersteunden het verzoek.
De rechtbank oordeelde dat de zorgmachtiging aansluit op een eerdere Bopz-machtiging en dat de duur van twaalf maanden gerechtvaardigd is. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de voorgestelde zorg is evenredig en effectief. De machtiging geldt tot en met 27 november 2021 en omvat uitgebreide maatregelen ter bescherming van betrokkene en de samenleving.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg en opname voor twaalf maanden tot 27 november 2021.