Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
Procesverloop
Overwegingen
Over het verzoek om een voorlopige voorziening
Over het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Albanese nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER om bij zijn echtgenote, een Roemeense staatsburger, te verblijven. Na eerdere afwijzing en een eerdere procedure waarin het ontbreken van een oprechte relatie werd vastgesteld, diende eiser een nieuwe aanvraag in met bewijsstukken zoals foto's, getuigenverklaringen en een bankafschrift.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens het vermoeden van een schijnhuwelijk. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt dat eiser niet heeft kunnen aantonen dat het huwelijk oprecht is. De overgelegde bewijsstukken zijn onvoldoende concreet en objectief om de oprechtheid te onderbouwen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht geen nader onderzoek hoefde te verrichten en dat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen wordt eveneens afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard.