ECLI:NL:RBDHA:2020:13007
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag mvv nareis wegens niet tijdig indienen, termijnoverschrijding niet verschoonbaar
Eiseres, houdster van de Iraanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis naar Nederland, nadat haar echtgenoot een asielvergunning had ontvangen. De aanvraag werd afgewezen omdat deze niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van drie maanden was ingediend.
Eiseres stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege vertragingen bij Vluchtelingenwerk, veroorzaakt door hoge asielinstroom en onervaren vrijwilligers, en dat bijzondere omstandigheden zoals de veiligheidssituatie in Iran en de meerderjarigheid van de kinderen een afwijking van het beleid rechtvaardigden. Tevens werd een schending van de hoorplicht en het evenredigheidsbeginsel aangevoerd.
De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding terecht niet werd verschoond, verwijzend naar relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak. Fouten van derden, zoals Vluchtelingenwerk, kunnen niet worden toegerekend aan eiseres. De gestelde bijzondere omstandigheden en schendingen werden niet aannemelijk gemaakt. Verweerder had bovendien voldaan aan zijn informatieplicht over de gevolgen van de afwijzing.
Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag nareis wegens termijnoverschrijding is ongegrond verklaard.