Uitspraak
Rechtbank den haag
1.Stichting Muslim Rights Watch Nederland te Hilversum,
[eisende partij sub 2]te [plaats 1],
[eisende partij sub 3]te [plaats 2]
Rechtbank Den Haag
De Stichting Muslim Rights Watch Nederland (MRWN) vordert in kort geding dat de Staat wordt veroordeeld tot het plaatsen van een rectificatie en het verwijderen van een passage uit het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 53 (DTN 53), waarin de Stichting wordt geassocieerd met politiek-salafistische aanjagers die onverdraagzaam en antidemocratisch gedachtegoed verspreiden. MRWN stelt dat deze passage onrechtmatig is en hun eer en goede naam schaadt, met schending van artikel 6:162 BW Pro en EVRM-artikelen 8, 10 en 11.
De Staat voert verweer dat de passage valt onder de parlementaire immuniteit van artikel 71 Grondwet Pro, omdat het DTN een document is waarmee de minister de Tweede Kamer informeert. De rechtbank bevestigt dat rechterlijke toetsing van parlementaire uitingen niet mogelijk is en dat dit verweer slaagt, behalve voor zover een beroep op het EVRM wordt gedaan.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een schending van artikel 8 EVRM Pro, omdat de passage geen aantasting vormt van de eer en goede naam van de Stichting of haar bestuurders. Ook het beroep op de artikelen 10 en 11 EVRM faalt, omdat deze geen bescherming bieden tegen negatieve uitlatingen van derden en MRWN onvoldoende heeft geconcretiseerd dat hun vrijheid van meningsuiting en vereniging daadwerkelijk wordt beperkt.
De rechtbank overweegt dat zelfs als er sprake zou zijn van een inbreuk op EVRM-rechten, deze gerechtvaardigd zou zijn vanwege het belang van de parlementaire immuniteit en de scheiding der machten. De vorderingen worden daarom afgewezen en MRWN wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Stichting Muslim Rights Watch Nederland af wegens parlementaire immuniteit en onvoldoende aantoonbare schending van EVRM-rechten.