Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2020:1311

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 februari 2020
Publicatiedatum
18 februari 2020
Zaaknummer
C/09/588069 / FA RK 20-626
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz wegens ernstig nadeel en psychische stoornis

De rechtbank Den Haag behandelde op 10 februari 2020 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel opgelegd op 5 februari 2020 aan betrokkene, geboren in 1992, verblijvend in een psychiatrische accommodatie. Betrokkene verzette zich tegen voortzetting en wilde naar buiten, terwijl de advocaat namens hem het verzoek afwees omdat het gebruik van cannabis tijdens verlof geen ernstig nadeel opleverde.

De arts rapporteerde ontwrichtend gedrag, agressie en mogelijke psychose, waarbij betrokkene aanvankelijk medicatie weigerde maar deze later met tegenzin innam. Eerder vrijwillig verblijf was mislukt door medicatieweigering en druggebruik. De rechtbank stelde vast dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, maatschappelijke teloorgang en bedreiging van de veiligheid.

De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht, en onderzoek van kleding en verblijfsruimte op middelen en gevaarlijke voorwerpen. Deze maatregelen zijn proportioneel, effectief en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging geldt voor drie weken tot 2 maart 2020, waarna zorg via het wijkteam moet worden geregeld om veilige ontslag mogelijk te maken.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met diverse verplichte zorgmaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/588069 / FA RK 20-626
Datum beschikking: 10 februari 2020

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 07 februari 2020 door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[de man] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1992, [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats]
thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats] ,
advocaat: mr. I.G.M. van Gorkum te Den Haag.

Procesverloop

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 07 februari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 5 februari 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Leiden tot het nemen van de crisismaatregel van 5 februari 2020;
  • een op 5 februari 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater] die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij zijn behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 februari 2020.
Ter zitting zijn de volgende personen door de rechtbank gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de [arts] ;
- twee verpleegkundigen.
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek naar het standpunt van de officier van justitie niet nodig is, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft meegedeeld dat er niets met hem aan de hand is en dat hij niet bereid is om nog drie weken in het ziekenhuis te blijven. Betrokkene wil aan zijn toekomst werken en wil dan ook graag naar buiten.
De advocaat van betrokkene heeft gepleit voor afwijzing van het verzoek. Volgens de geneeskundige verklaring is betrokkene vijf dagen vrijwillig opgenomen geweest maar heeft hij tijdens een verlofmoment cannabis gebruikt waarna er een crisismaatregel is afgegeven. Het gebruiken van cannabis levert geen dusdanig ernstig nadeel op. Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel dient dan ook te worden afgewezen. Betrokkene is bereid om medicatie te gebruiken op het moment dat hij naar buiten gaat.
De arts heeft naar voren gebracht dat er sprake is van afdeling ontwrichtend gedrag van betrokkene, er is sprake van provocerend gedrag en agressie naar materialen. Betrokkene heft Lorazepam gekregen en tevens Olanzapine omdat er mogelijk sprake is van een psychose. Betrokkene heeft de eerste dagen de medicatie geweigerd naar neemt deze nu met tegenzin in, nadat een crisismaatregel is afgegeven. Betrokkene verbleef eerder vrijwillig op de afdeling maar heeft de behandeling tegengewerkt, hij is te lang weggebleven tijdens een verlof en heeft ook hasj gebruikt. De arts heeft benadrukt dat een eerder vrijwillig verblijf van betrokkene in het ziekenhuis reeds is geprobeerd maar niet is gelukt. Het is van belang dat betrokkene de medicatie goed blijft gebruiken, mogelijk wordt de medicatie nog opgehoogd. Op het moment dat betrokkene voldoende is hersteld en zorg via het wijkteam is geregeld kan betrokkene het ziekenhuis voldoende veilig verlaten.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
-levensgevaar;
-maatschappelijke teloorgang;
-de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
-de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen alsmede middelgerelateerde- en verslavingsstoornissen. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
Anders dan door de officier van justitie verzocht, wordt na daartoe de arts, de betrokkene en zijn advocaat te hebben gehoord, tevens het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen als vorm van verplichte zorg opgelegd, nu dit direct verband houdt met de problematiek bij betrokkene met betrekking tot gedrag-beïnvloedende middelen.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Betrokkene heeft in meer en mindere mate op de afdeling agressie laten zien en er is sprake van afdeling ontwrichtend gedrag. De rechtbank is van oordeel dat er op dit moment geen alternatief voor handen is wat minder verstrekkend is dan een voortzetting van de crisismaatregel. De komende periode dient betrokkene goed ingesteld te worden op de voorgeschreven medicatie en dient zorg via het wijkteam in gang te worden gezet alvorens betrokkene veilig en verantwoord het ziekenhuis kan verlaten. Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[de man] ,

geboren op [geboortedag] 1992, [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie voor de duur van drie weken;
- verrichten medische controles voor de duur van drie weken;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen voor de duur van drie weken;
- beperken van de bewegingsvrijheid voor de duur van drie weken;
- insluiten voor de duur van drie weken;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene voor de duur van drie weken;
- onderzoek aan kleding of lichaam voor de duur van drie weken;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen voor de duur van drie weken;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen voor de duur van drie weken;
- opnemen in een accommodatie voor de duur van drie weken;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 maart 2020.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. Bruining, rechter, bijgestaan door S.A. van Schaik-van Dommelen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 februari 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 17 februari 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.