Conclusie
1.Feiten en procesverloop
intensive care-afdeling van het ziekenhuis waarin zij was opgenomen na een suïcidepoging.
2.De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
alleindividuele (dus niet uit de ‘huisregels’ voortvloeiende en binnen het ziekenhuis voor een ieder geldende [8] ) beperkingen in de bewegingsvrijheid, zowel binnen als buiten het psychiatrisch ziekenhuis waarin betrokkene gedwongen is opgenomen.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Het overgangsrecht in de Wvggz
als zodanig. [11] Het middel is gericht tegen rov. 2.5, hiervoor geciteerd, en klaagt over schending van de artikelen 3:2, 7:1 lid 1, 7:7, 7:8 en 15:1 Wvggz, de artikelen 20 en 29 (oud) Wet Bopz en/of de artikelen 5 en 8 EVRM. Betrokkene onderschrijft weliswaar het uitgangspunt (in de derde volzin van rov. 2.5) dat de rechtbank slechts kan beslissen tot voortzetting van gedwongen zorg die onder de last tot inbewaringstelling viel, maar bestrijdt dat het beperken van de bewegingsvrijheid daartoe behoort.
achterafeen klacht indienen over – onder meer − de beslissing tot dwangbehandeling (art. 38c (oud) Wet Bopz), over de toepassing van middelen of maatregelen ter overbrugging van tijdelijke noodsituaties in het ziekenhuis (art. 39 (oud) Wet Bopz) en over bepaalde hem in het ziekenhuis opgelegde beperkingen, waaronder een beperking in het recht van bewegingsvrijheid in en om het ziekenhuis overeenkomstig de huisregels (zie art. 40 (oud) Wet Bopz; zie voor de klachtmogelijkheid art. 41 en Pro 41a (oud) Wet Bopz). De behandelaar is degene die beslist tot het opleggen van een individuele beperking in het recht van bewegingsvrijheid die de patiënt in en om het ziekenhuis heeft met inachtneming van de voor een ieder geldende huisregels.
voorafbeslist welke verplichte zorg is toegestaan, binnen of buiten een ‘accommodatie’. Dan moet duidelijk zijn om welke zorg het gaat. In het nieuwe stelsel worden, om zo te zeggen, drie cirkels getrokken. De
buitenste cirkelis de wettelijke omschrijving van verplichte zorg in art. 3:2 lid 2 Wvggz Pro. Die omschrijving is limitatief: de rechter mag geen machtiging verlenen voor andere vormen van verplichte zorg dan die, welke in deze wettelijke bepaling zijn omschreven. Deze wettelijke begrenzing geldt voor iedere patiënt. De
middelste cirkelregelt welke verplichte zorg aan deze individuele patiënt mag worden verleend. Dat wordt door de burgemeester onderscheidenlijk door de rechter
voorafbepaald voor een bepaald tijdvak. De behandelende artsen en andere zorgverleners mogen gedurende dat tijdvak geen andere vormen van ‘verplichte zorg’ verlenen dan die waarvoor de crisismaatregel onderscheidenlijk de machtiging ruimte biedt. [13] De
binnenste cirkelwordt bepaald door de beslissing van de ‘zorgverantwoordelijke’, die van dag tot dag besluit welke verplichte zorg concreet aan de patiënt wordt gegeven (zie art. 8:9 Wvggz Pro).
binnenof
buitenhet terrein van het psychiatrisch ziekenhuis. Dat hangt samen met een ontwikkeling in de psychiatrie, waarbij – kort gezegd − grootschalige verpleging van patiënten in psychiatrische klinieken, gevestigd op afgelegen en meestal door middel van een afrastering afgebakende terreinen, langzamerhand is verdrongen door ambulante zorg en verpleging in kleinschalige accommodaties binnen de bebouwde kom. Wel kent de Wvggz een afzonderlijk begrip ‘insluiten’ (zie art. 3:2, lid 2 onder c), dat in deze zaak niet aan de orde is.
mindervormen van verplichte zorg op te nemen dan de burgemeester in de crisismaatregel had opgenomen. [21] Dat verbaast niet: de rechtbank moet oordelen naar de actuele situatie ten tijde van haar beslissing. Dan kan blijken dat een of meer in de crisismaatregel opgenomen vormen van verplichte zorg ten tijde van de beslissing van de rechtbank niet langer nodig zijn.
geenmogelijkheid biedt om bij een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel andere verplichte zorg op te nemen dan in de crisismaatregel staat vermeld. De rechtbank verklaarde de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk ten aanzien van de overigens in zijn verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg.
nietgebonden is aan de door de burgemeester opgelegde vormen van verplichte zorg: “Het zelfstandige verzoek van de officier van justitie - met daarin opgenomen de verplichte vormen van zorg - ligt immers ter beoordeling voor.” De rechtbank verwierp dan ook het betoog van de advocaat dat zij geen andere vormen van verplichte zorg kon toewijzen dan de ‘opname in een accommodatie’:
of het verzoekschriftvoorgestelde verplichte zorg of doelen van verplichte zorg. Hij kan ook in de zorgmachtiging bepalen dat een ander zorgplan moet worden opgesteld indien hij daartoe redenen aanwezig acht.” [23]
procesrechtelijkevraag of de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel mag verlenen voor andere vormen van ‘verplichte zorg’ dan vermeld in het verzoekschrift van de officier van justitie, is aan de Hoge Raad voorgelegd in middelonderdeel III van de nog lopende cassatieprocedure onder zaaknr. 20/00525.
materieelrechtelijkevraag of de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel mag verlenen voor andere vormen van verplichte zorg dan vermeld in de door de burgemeester genomen crisismaatregel, zou ik bevestigend willen beantwoorden, mits voor het overige is voldaan aan alle wettelijke vereisten voor zo’n machtiging. In verscheidene gevallen hebben rechtbanken een (aanvullend) verzoek om andere vormen van zorg mogelijk geacht en toegewezen. [27] Het is zelfs voorgekomen dat een rechtbank
uit eigen bewegingeen niet in de crisismaatregel opgenomen vorm van ‘verplichte zorg’ in de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel heeft opgenomen, na de arts, de betrokkene en zijn advocaat hierover te hebben gehoord. [28]
Wijziging (voortgezette) crisismaatregel mogelijk maken. In noodsituaties kunnen vormen van verplichte zorg worden verleend die niet in de maatregel of machtiging zijn opgenomen (art. 8:11). In het geval van de zorgmachtiging kan dit leiden tot een wijziging van de zorgmachtiging (art. 8:12 lid Pro 4). De wet heeft dit echter niet geregeld voor de (voortzetting van de) crisismaatregel. We vermoeden dat dit per abuis is weggelaten. Omdat de crisismaatregel niet kan worden gewijzigd, is de oplossing om de crisismaatregel te beëindigen en een nieuwe crisismaatregel aan te vragen. Dit betekent dat de hele procedure opnieuw moet worden doorlopen. Het alternatief is om steeds weer 3 dagen onvoorziene tijdelijke verplichte zorg vanuit een noodsituatie aan te zeggen, wat een zeer onwenselijke belasting voor de patiënt en de psychiater oplevert. Ons voorstel is om ook wijziging van de (voortzetting van de) crisismaatregel mogelijk te maken. Deze mogelijkheid heeft de rechter al bij de zorgmachtiging (art. 6:4 lid Pro 2), en dit moet dus ook mogelijk worden gemaakt bij de zitting van de voortzetting crisismaatregel.”
uitdrukkelijkuit de last tot inbewaringstelling volgt dat de rechtbank de behandelaar machtigt tot het verlenen van verplichte zorg in de vorm van een beperking van de bewegingsvrijheid. Daartegenover staat dat in de opvatting waarvan het middel uitgaat de overgangsbepaling van art. 15:1 lid 3 Wvggz Pro weinig nut zou hebben: namelijk uitsluitend van nut zou zijn in gevallen waarin geen andere vorm van verplichte zorg nodig is dan uitsluitend het verblijf in een ‘accommodatie’. In alle andere gevallen (waaronder de onderhavige zaak) zou opnieuw een crisismaatregel onder nieuw recht moeten worden verzocht en genomen en zou het traject opnieuw moeten beginnen. Een zo minieme uitleg van deze bepaling van overgangsrecht acht ik niet in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever. Om deze reden ben ik van mening dat de klacht faalt.