Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
geenbloed bij verzoeker is afgenomen. De rechter heeft het verzoek om de GGD-arts als getuige te horen afgewezen. De raadsman heeft vervolgens om wraking van de rechter verzocht.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die in een strafzaak had beslist om het verzoek om een GGD-arts als getuige te horen en bloedonderzoek te verrichten af te wijzen. De reden was dat de rechter op basis van een proces-verbaal aannam dat er geen bloedonderzoek had plaatsgevonden, waardoor verzoeker meende dat de rechter vooringenomen was en hem niet de kans gaf zijn verweer te onderbouwen.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter slechts gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid, wat uitzonderlijk is. De rechter had haar beslissing gebaseerd op het strafdossier en het proces-verbaal dat aangaf dat geen bloedonderzoek was verricht. Dit was een toelaatbare procesbeslissing en niet te beschouwen als vooringenomenheid.
Hoewel na de zitting een document opdook waaruit mogelijk bleek dat verzoeker zelf een bloedonderzoek had laten uitvoeren, rechtvaardigt dit geen conclusie dat het proces-verbaal onwaar was of dat de rechter onpartijdigheid schond. De wrakingskamer concludeerde dat de rechter niet vooruitliep op de inhoudelijke beoordeling en geen schijn van partijdigheid wekte.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd het strafproces voortgezet in de stand waarin het zich bevond bij het indienen van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.