Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 september 2020 in de zaak tussen
[eiser] , geboren op [geboortedatum] 1997 en met de Gambiaanse nationaliteit, eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding en procesverloop
Overwegingen
Verweerder heeft vastgesteld dat het verblijf van eiser in de vrije termijn ingevolge artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, van de Schengengrenscode is geëindigd omdat eiser een bedreiging voor de openbare orde is. Daarvoor is volgens verweerder niet vereist dat de persoonlijke gedragingen van eiser een daadwerkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormen. Voldoende is dat eiser wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit.
Eiser werd verdacht van winkeldiefstal. Eiser is voor dit strafbare feit op heterdaad aangehouden en hij heeft tijdens een gehoor ten overstaan van de Vreemdelingenpolitie van 16 augustus 2019 bekend het strafbare feit waarvan hij wordt verdacht te hebben gepleegd. Gelet daarop bestonden er op het moment van het primaire besluit concrete aanwijzingen op grond waarvan eiser werd verdacht van het plegen van een strafbaar feit.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond
- wijst het verzoek van eiser om verweerder te veroordelen in de reiskosten die hij heeft gemaakt om Nederland te verlaten af.