ECLI:NL:RVS:2018:1737
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over motiveringsvereisten bij beëindiging verblijf vreemdeling wegens bedreiging openbare orde
De staatssecretaris heeft een vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten omdat hij wordt beschouwd als een bedreiging van de openbare orde. De rechtbank vernietigde dit terugkeerbesluit wegens onvoldoende motivering, omdat niet was onderzocht of de vreemdeling rechtmatig verbleef en de persoonlijke gedragingen onvoldoende waren betrokken bij de beoordeling.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en betoogde dat het volstaat dat de vreemdeling wordt verdacht van een strafbaar feit en dat het begrip 'openbare orde' minder strikt moet worden uitgelegd bij het beëindigen van een kortdurend verblijf (vrije termijn). De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het begrip 'openbare orde' in andere EU-arresten een daadwerkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging vereist, maar dat het verblijf in de vrije termijn een minder ingrijpende maatregel is dan andere sancties.
De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris een ruime beoordelingsmarge heeft en dat het niet vereist is dat wordt gemotiveerd dat de vreemdeling een daadwerkelijke, actuele en ernstige bedreiging vormt; een potentiële bedreiging is voldoende. Tegelijkertijd erkent de Afdeling dat het Hof van Justitie hierover duidelijkheid moet verschaffen, mede omdat de vreemdeling reeds op het grondgebied verblijft. Daarom zijn prejudiciële vragen gesteld over de uitleg van artikel 6 lid 1 sub e van Pro de Schengengrenscode en de motiveringsvereisten.
De behandeling van het hoger beroep is geschorst totdat het Hof van Justitie uitspraak doet.
Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst in afwachting van prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie.