ECLI:NL:RBDHA:2020:13950
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag mvv voor verblijf als familie- of gezinslid wegens niet voldoen aan middelenvereiste en aanvaardbare toekomst in Syrië
Eiser, een Syrische minderjarige, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij zijn oom, de referent. De referent diende een aanvraag in, maar werd niet vrijgesteld van het middelenvereiste omdat hij een uitkering ontvangt en niet blijvend arbeidsongeschikt is volgens het bestreden besluit. Eiser stelde dat de referent niet in staat is te werken en dat deze ontheffing van arbeidsverplichting waarschijnlijk zal worden verlengd, maar de rechtbank volgde dit niet vanwege het ontbreken van medische onderbouwing en de tijdelijke aard van de ontheffing.
Daarnaast voerde eiser aan dat hij in Syrië geen aanvaardbare toekomst heeft, omdat zijn oma, die hem verzorgt, door haar leeftijd en gezondheid niet meer voor hem kan zorgen, mede door de zorg voor haar gehandicapte zoon. De rechtbank oordeelde dat deze stelling onvoldoende was onderbouwd, mede omdat de tante van eiser, die ondersteuning zou bieden, mogelijk ook gevlucht is. Ook het argument dat hij in Syrië geen goed onderwijs krijgt en militaire dienst moet verrichten, werd niet als voldoende reden gezien voor een onaanvaardbare toekomst.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het beroep ongegrond verklaarde en dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. Het onderzoek naar de familierechtelijke relatie werd achterwege gelaten omdat reeds op basis van de andere gronden de aanvraag kon worden afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard.