Eisers, een echtpaar, hebben gelijktijdig een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft niet tijdig op deze aanvragen beslist, ondanks ingebrekestelling door eisers op 28 december 2019.
De rechtbank stelt vast dat de aanvragen samenhangen en daarom als één aanvraag moeten worden beschouwd, waardoor slechts één dwangsom verschuldigd is. De dwangsom wordt vastgesteld op € 1.442,- voor de periode van 12 januari 2020 tot 23 februari 2020. Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor de overschrijding van de beslistermijn na deze periode, met een maximum van € 7.500,-.
De rechtbank wijst een beslistermijn van twee weken toe, ondanks het verzoek van verweerder om een langere termijn vanwege achterstanden en de start van de Algemene Asielprocedure. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 262,50 aan eisers. De beroepen worden gegrond verklaard en de niet tijdig genomen besluiten worden vernietigd.
De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier A. Vranken op 11 september 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.