ECLI:NL:RVS:2018:3934
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet tijdige besluitvorming verblijfsvergunning en oplegging dwangsom
De staatssecretaris heeft op 14 augustus 2016 het verzoek van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en geweigerd een verblijfsvergunning regulier toe te kennen. Op 3 juli 2018 trok de staatssecretaris dit besluit in, zonder een nieuw besluit te nemen, waardoor de aanvraag feitelijk onbehandeld bleef.
De vreemdelingen stelden beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaarde deze beroepen niet-ontvankelijk omdat de vreemdelingen de staatssecretaris niet in gebreke hadden gesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze beslissing en oordeelt dat het redelijk was dat de vreemdelingen geen ingebrekestelling stuurden, gezien de omstandigheden.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en het niet tijdig nemen van een besluit, en beveelt de staatssecretaris binnen vier weken een besluit te nemen. Tevens legt zij een dwangsom op van €100 per dag, met een maximum van €15.000, gezamenlijk voor de vreemdelingen. De staatssecretaris wordt ook veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en beveelt de staatssecretaris binnen vier weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.