Eiseres, van Ghanese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf om bij haar Nederlandse echtgenoot te verblijven. De aanvraag werd afgewezen door de staatssecretaris vanwege een vermoeden van een schijnhuwelijk, gebaseerd op tegenstrijdige en vage verklaringen tijdens een simultaan gehoor.
Eiseres betoogde dat het simultaan gehoor onterecht was en dat zij en haar echtgenoot onvoldoende tijd hadden om zich voor te bereiden, wat leidde tot enkele niet-overeenkomende antwoorden. Ook voerde zij aan dat de inschrijving van hun huwelijk in de Basisregistratie Persoonsgegevens en financiële transacties een echte relatie aantonen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht een gegrond vermoeden van een schijnhuwelijk had en dat het simultaan gehoor een passend middel was om dit te onderzoeken. De tegenstrijdigheden in verklaringen en het ontbreken van overtuigend bewijs van een duurzame relatie rechtvaardigden de afwijzing. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.