ECLI:NL:RVS:2016:2006
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatig verblijf partner EU-burger en onderzoek schijnrelatie
De staatssecretaris wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsdocument als partner van een EU-burger af wegens vermoedens van een schijnrelatie. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat er onvoldoende aanleiding was voor nader onderzoek, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Raad van State overwoog dat de richtsnoeren bij de Verblijfsrichtlijn een gegrond vermoeden van misbruik vereisen voor het instellen van een onderzoek, en dat systematische controles verboden zijn. De staatssecretaris had voldoende concrete aanwijzingen, waaronder het leeftijdsverschil, eerdere mislukte verblijfsprocedures en het tijdstip van het aangaan van de relatie na een uitzettingspoging.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraken en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het besluit van de staatssecretaris standhield. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van het verblijfsdocument blijft in stand.