ECLI:NL:RBDHA:2020:13984
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen
Verzoeker ging op 18 mei 2020 in beroep omdat de staatssecretaris niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Nadat het beroep was ingesteld, nam de staatssecretaris alsnog op 16 juni 2020 een beslissing. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht de rechtbank om de proceskosten te vergoeden.
De rechtbank besloot geen zitting te houden omdat dat niet nodig was volgens artikel 8:54 Awb Pro. Op grond van de artikelen 8:75 en 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) kan de rechtbank proceskosten toewijzen wanneer een bestuursorgaan de beslistermijn overschrijdt.
Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener had ingeschakeld en de zaak alleen ging over de overschrijding van de beslistermijn, kende de rechtbank een vergoeding toe van €262,50, zijnde het vaste bedrag met een wegingsfactor van 0,5. De staatssecretaris werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens overschrijding van de beslistermijn.