ECLI:NL:RBDHA:2020:13989
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in vreemdelingenzaak
Verzoekster is op 17 april 2020 in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op haar aanvraag. Pas op 18 juni 2020 werd alsnog een beslissing genomen. Verzoekster trok vervolgens het beroep tegen het niet tijdig beslissen in en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat omdat de beslissing pas na het instellen van beroep is genomen, verzoekster recht heeft op vergoeding van proceskosten. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt een vast bedrag toegekend wanneer een professionele juridische hulpverlener is ingeschakeld. Omdat de zaak uitsluitend ging over de overschrijding van de beslistermijn, werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast.
De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan verzoekster. De uitspraak is gedaan door rechter Y. Sneevliet en griffier M. Bos en is niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen, maar zal worden uitgesproken zodra dit weer mogelijk is.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.